Anne

Ik was natuurlijk nog hartstikke jong toen ik artsenbezoekster wilde worden. Mijn medicijnenstudie had ik na bijna twee jaar afgebroken. Het was toch niet helemaal wat ik wilde, in mijn dode medemens snijden en de namen van honderden botjes in mijn hoofd stampen. Ik was gemotiveerd om er mee op te houden maar voelde me toch een gesjeesde student. Vertegenwoordiger in medicijnen was eigenlijk een logische volgende stap. Het verdiende erg goed en dan nog had je de leuke contacten met aardige jonge dokters. En zo was ik in mijn enige sollicitatiepak, een grijze met krijtstreep, op banenjacht.

Ik stapte het kantoor binnen en schudde de hand van een aantrekkelijke man van mijn eigen leeftijd, die mij vaag bekend voorkwam. Hij gaf me een hand en keek mij vriendelijk aan.

"John Hogervorst" zei hij. "Ik ben hoofd verkoop. "

"Ik ben Tina Berger" antwoordde ik en nam plaats tegenover hem.

De man begon me enthousiast te vertellen over het grote concern waarvoor hij werkte en daarna een aantal vragen te stellen, die ik beleefd beantwoordde.

Ik keek naar zijn gezicht en voelde een vaag onbehagen opkomen. Hij had best leuke ogen, maar zijn mond had iets hards. Ineens zag ik wat mij bekend was voorgekomen. Johnnie! Dit was Johnnie van het burgemeesterspelletje! Ik trok vroeger, samen met mijn vriendinnetje, zijn broek naar beneden. Dit was te genant voor woorden. Zou hij mij herkend hebben? Gelukkig had ik nu kort haar. Bovendien had ik het met henna roodgeverfd.

"Eh, neemt u mij niet kwalijk, ik heb uw laatste vraag niet goed verstaan" , stamelde ik.

Hij bleek mij niet herkend te hebben en ik kreeg de baan. Ik ontdekte dat ik veel met hem moest samenwerken en dat hij best aardig was en ook wel streng. Vaak dacht ik, als hij stond te pep talken, aan het kleine ventje dat huilend probeerde weg te komen met zijn broek op de enkels.

Ik moest veel studeren om de artsen goed onderlegd te woord te kunnen staan.

Hij leerde mij hoe ik ze op onze hand kon krijgen. Voor marketing volgde ik intern trainingen bij iemand met een psychologische achtergrond. Ik leerde rekening te houden met de manier waarop ik me kleedde, keurig maar met een verborgen zweem van sexy. Ik moest leuke kleine cadeautjes meenemen voor de secretaresses en de doktersassistentes. Dat hielp om door de muur van bescherming heen te breken en überhaupt een afspraak te krijgen bij de drukke artsen. Ik moest elke keer weer overkomen alsof ik hét goede nieuws van de eeuw kwam brengen en ik moest dit wetenschappelijk kunnen onderbouwen.

Ik verdiende goed en werd niet geplaagd door enig moreel bezwaar. Ik kon ook met John steeds beter opschieten. Ik deed mijn werk met grote overgave en plezier. Ik ontmoette inderdaad veel aardige jonge artsen en flirtte subtiel, zoals het mij geleerd was. Al snel kwam ik in aanmerking voor promotie. Het aanbod dat ik bestudeerde en de monsters die ik meekreeg veranderden daardoor van aard. Waar ik eerst alleen anti schimmelcrèmes, laxeermiddelen, pijnstillers en oog- en oordruppels aan de man mocht brengen, werd ik nu ingeleid in nieuwe harttabletten en medicijnen, die te maken hadden met hormonale aandoeningen. Ik begreep uit mijn studies dat sommige middelen wel heel snel op de markt waren gebracht. Ik begon in te zien dat verschillende hoge piefen, die als commissaris verbonden waren aan ons bedrijf, zitting hadden in panels die moesten bepalen of geneesmiddelen in Nederland al dan niet verkocht mochten worden. De bijverschijnselen waren sowieso bijna nooit aanleiding tot diepgaande gesprekken met de artsen. Ik werd niet heet of koud van al deze informatie. Ik had het te goed naar mijn zin.

Ik zat met Anne aan mijn keukentafel. "Vind jij me te dik?" vroeg ze. Ik kon met eerlijke verbijstering ontkennend antwoorden.

Het enige dochtertje van mijn broer Rob was op haar 12e eerder wat aan de dunne kant. Ik keek haar even wat langer aan. Wat had ze een ontzettend leuk koppie met die blonde krulletjes. Ik zag ook wel iets van mezelf in haar, dat onzekere natuurlijk en ook haar ogen en neus.

"Zal ik 50 vlechtjes in je haar maken?" Het leek me erg veel werk om ze er 's avonds allemaal weer uit te moeten halen, maar ik kon haar niet goed iets weigeren, dus ik stemde toe.

Bij vlechtje nr. 15 of zo begon het haar te vervelen en pakte ze haar schooltas.

"Kijk, ik heb geprobeerd Jill te tekenen". Verwachtingsvol keek ze naar mijn gezicht.

"Is Jill echt zo somber?" Op de het vel papier stond een fantastisch getekend portret van een meisje. Ik wist niet hoe Jill eruitzag, maar de tekening was briljant. Ik keek op naar Anne en realiseerde me, door haar blik, dat ik vergeten was haar een compliment te maken over de tekening.

"Ik hoef je toch niet te vertellen hoe goed dit is, hè? Maar vertel me eens over Jill. Ze ziet er zo verdrietig uit."

Anne dacht even na en zei, "Jill is juist vet blij. Ik ga je vlechtjes er weer uithalen."

Als ik op de markt liep kon ik het vaak niet laten iets voor Anne te kopen. Een leuk T-shirt, potloden of zo'n leuke pet. In de tijd dat ik bij Bodex werkte, was ze bijna 14 en begon ze heftig te puberen. Regelmatig kwam ze bij haar jonge tante op bezoek en klaagde dan over vervelende vriendinnen of verliefde jongens. Af en toe had ze een huilbui en ik troostte haar dan zo goed als ik kon. Ik zocht er eigenlijk niets achter. Toen ik zo oud was vond ik het leven ook best moeilijk.

Maar na een tijdje kreeg ik radeloze telefoontjes van mijn schoonzus. Ze vertelde me dat Anne bijna elke dag huilde en vaak ook hele nachten. Ik was degene die haar aanraadde het kind naar de dokter te sturen.

Anne kreeg een antidepressivum voorgeschreven van het merk dat ik ook in mijn pakket had. "Ik voel me zo beroerd, Tina." Ik had met haar te doen ze zag er inderdaad erg slecht uit.

"En weet je ik kan niet meer tekenen. Mijn handen trillen als een gek." Ik probeerde haar wat op te beuren door samen pannenkoeken te gaan bakken. Terwijl ze met een beverig handje het beslag in de pan goot, vertelde ze over een droom. "Zo eng, alsof er alleen maar duister is en dan zoek ik overal naar een lampje en ik word steeds banger en dan word ik wakker van mijn eigen gillen". Ik zei dat het wel over zou gaan, omdat dit allemaal bijverschijnselen waren van haar medicijnen.

"Weet jij wat er gebeurt als je doodgaat? Jill zegt dat je dan nog gewoon doorleeft. Ik hoop het niet. Jij?" Haar stem klonk vlak en emotieloos. Ik wist niet wat ik moest zeggen en ze begon tot mijn grote opluchting weer over school. Dat was nu al de zoveelste keer dat ze over de dood praatte.

Ze leek gefascineerd door bekende mensen die overleden en op een dag kwam ze zelfs met een dode kat op haar arm bij me thuis. We hebben hem samen begraven in de tuin en Anne maakte een kruis van takken. Nog steeds gingen bij mij geen alarmbellen rinkelen, want ze huilde niet meer.

Op mijn werk deed ik erg mijn best dit middel door de artsen vaker te laten voorschrijven. John had gezegd dat er een hoge winstmarge op zat. Antidepressiva liepen erg goed. Het leek wel of iedereen tegenwoordig dit soort middelen nodig had om nog een beetje plezier in het leven te hebben. Nou ja, ik niet in elk geval. Mijn leven was precies zoals ik het wilde. Ik verdiende goed, ging veel stappen met mijn vriendinnen en vond mijn werk interessant.

John vroeg me vaak met hem uit te gaan, maar ik had nog steeds het onderbroekenverhaal op mijn netvlies en kon hem daardoor niet serieus nemen.

"Tina, je moet komen. Er is iets vreselijks gebeurd" Ik had net mijn haar gewassen en stond met de handdoek om mijn hoofd aan de telefoon. Het was mijn broer Rob, de vader van Anne.

Mijn hart leek over te slaan en heel even dacht ik dat ik flauw zou vallen. Ik wist het. Hij hoefde niets meer te zeggen.

"Anne?", zei ik alleen.

Even later zat ik in de auto met de handdoek nog om mijn hoofd. Ik had alleen een lange broek en een vest aangeschoten. Het korte eindje naar het huis van mijn broer moet ik in twee minuten hebben afgelegd. Rob opende de deur en zag lijkbleek. Hij liep voor me uit naar de kamer van Anne. Daar was ze. Haar blonde krullen onder het bloed. Het bed knalrood en zij erop, zo wit, zo wit". Ze droeg het t-shirt dat ik afgelopen zaterdag voor haar had gekocht.

"De dokter is onderweg.", zei Rob hulpeloos.

Ik wist dat het niet meer nodig was. Ze had heel efficiënt haar beide polsen in de lengte opengesneden. Naast haar bed lag een kruis van takken.