Even slikken
De wereld verbeteraar
Mijn huisarts kijkt me vragend aan. Achter hem hangt een modern schilderij van een vrouw met een enorme rode hoed in een sneeuwlandschap. Het heeft iets moois maar ook iets kouds.
Ik ben net ontsnapt uit een wachtkamer vol hulpzoekers. Ik ben me daar, naargelang de tijd verstreek, steeds slechter gaan voelen, alsof onwetendheid en gelatenheid besmettelijke ziektes zijn die daar rondwaren. Ik krijg overal jeuk als die oude meneer me vertelt dat hij wel tien soorten medicijnen slikt elke dag. En mijn hart huilt, omdat die baby zo meteen waarschijnlijk zijn zoveelste antibioticakuurtje zal krijgen voorgeschreven.
Mij bekruipt het onprettige gevoel dat ik ergens ben waar ik niet zou moeten zijn. Dit is veel erger dan angst voor de dokter, of voor spuiten of enge ziektes of het ziekenhuis. Dit is: “Hoe vertel ik het hem?’’ Hij is de enige in dit hele gebouw die zeker lijkt te weten hoe het allemaal moet. En eigenlijk kwam ik alleen maar voor een verwijskaart voor fysio.
“Wat kan ik voor je doen?”Eén wenkbrauw wipt ongeduldig omhoog.
Zijn hand tikt met de pen op het receptenblokje. Klaar voor de aanval.
We zullen elkaar niet begrijpen. Er stroomt een rivier tussen ons, die te breed is, te wild en met hormonen besmet. En er is geen brug. Nergens een brug. Het voelt ineens als een loodzware plicht iets te zeggen, omdat ik wèl beter weet. Iets te doen om tenminste iets te veranderen. In plaats daarvan hoor ik mezelf mompelen dat ik last heb van mijn nek. Hij staat op en loopt naar me toe.
“Daar heb je toch al eens fysiotherapie voor gehad” zegt hij. “Heeft dat je toen geholpen?” Hij raakt een paar pijnlijke punten in mijn nek aan, draait mijn hoofd een paar verschillende kanten op en loopt terug naar zijn stoel.
“Ik zal je een spierverslapper voorschrijven. Dan heb je wat minder last. Dit is vrij onschuldig.”
“Dat dankt je de koekoek” denk ik. Ik ken de bijsluiter uit mijn hoofd.
“Spierverslappers (zoals diazepambaclofen) veroorzaken vaak slaperigheid, vermoeidheid, duizeligheid en verminderd concentratievermogen. Andere bijwerkingen zijn maag-darmklachten (misselijkheid, obstipatie), droge mond, coördinatieproblemen en een verlaagde bloeddruk. Bij langdurig gebruik bestaat een risico op verslaving en gewenning.”
Het idee trekt mij helemaal niet aan. Lekker onschuldig, ja.
“Hoe gaat het met jou en de kinderen? Nog klachten gehad na de bevalling? Ik kan me vergissen, maar je lijkt wat gespannen.”
Aardige man toch. Zo betrokken ook. Ik weet nu helemaal niet meer hoe ik het hem moet vertellen: Ik ben nu op het punt dat mijn vingers in mijn handpalm glibberen. Dit is belangrijk voor een flink aantal mensen. Ik kan er nu iets over zeggen. Kom op!
Laf geef ik toe dat ik me wel wat gespannen voel. Hij vraagt door naar de oorzaak. Dit is mijn kans natuurlijk, maar ik verkramp alleen nog een graadje erger. Ik krijg een akelig visioen en zie mezelf al met een receptje antidepressiva de deur uit lopen. En dan pleeg ik over een paar weken misschien zelfmoord als bijverschijnsel.
Als ik door de wachtkamer naar buiten loop, bedenk ik dat als hij de mensen wil vergiftigen en niet verder nadenkt, dat hij dat zelf maar moet weten. Ik overdrijf natuurlijk weer. Ik verscheur demonstratief het receptje voor de spierverslappers. Daar blijft het bij vandaag wat betreft mijn heldendaden. Ik heb mijn verwijskaart. De lieve opa van de tien medicijnen wuift vriendelijk naar me.