Het familieportret

Opgewonden loop ik met mijn schilderij de straat in waar ik geboren ben. De verf nog nat.

Ik heb me echt uitgesloofd met olieverf op doek. Een oude vergeelde foto van mijn grootouders, die ik nooit gekend heb, als voorbeeld. Mijn moeder wordt vandaag negentig. Ik heb buikpijn van de zenuwen. Normaal maakt het me niet zo veel uit hoe mensen over mijn schilderijen denken, waarom nu dan wel?

Het is wel aardig gelukt vind ik.

Ze moet ze natuurlijk wel herkennen. Het zijn haar eigen ouders. Als ze het niet ziet ben ik de sul van het jaar en neem ik zeker nooit weer een penseel in mijn handen.

Ik moet een beetje schuin omhoog lopen op een metalen plaat die tegen de stoep op ligt.

Ik heb nog steeds een sleutel van "mijn" huis. Afschuwelijk zoals de woningbouwvereniging die voordeuren heeft geschilderd. "Koegeltjeblauw" noemt mijn moeder het. Het is Gronings. Het betekent in ieder geval dat ze het ook lelijk vindt.

Ik draai de deur open en loop het huis binnen. Het valt me opnieuw op dat alles zo klein is. Het huis heeft maar twee slaapkamers. Toch woonden we hier vroeger met zijn negenen. Mijn vader en moeder, mijn vier broers en mijn tante met haar zoontje en ik. Ze heeft mooi rood haar mijn tante en mijn neefje ook.

Het ruikt er naar ouderdom. Voorzichtig zet ik het doek tegen de rollator die bij de voordeur staat en ik trek mijn jas uit. Op de kapstok staan nog steeds de twee Delfts blauwe beeldjes uit China. Een boertje en een boerinnetje met een juk met twee porseleinen emmertjes. Nog gauw nog even plassen. Die verdomde zenuwen!

In de woonkamer hoor ik de stemmen van mijn broers en schoonzussen. Mijn hart gaat te keer. Ik herpak me en spreek mezelf toe dat ik me aanstel. Het is je oude moeder maar. Muts!

Ik open de deur en houd mijn schilderij omhoog.

De reactie is verpletterend. Er klinkt diep afgrijzen en boosheid in haar stem. "Mien moe had ja gain rood haar. Hoe kom je daar nou bij!?"

Het was een gokje. Buiten mijn tante had mijn moeder nog een broer met rood haar. En mijn oma op de foto, die ik nooit gekend heb, had zo'n blonde oogopslag. Het had goed gekund.

Iedereen in de kamer barst in lachen uit. Ik haal diep adem en voel een grote opluchting.

Dat ze een boze is dat weet ik natuurlijk al mijn hele leven. "Stay angry" daar word je mooi zo oud mee. Maar dat ze haar ouders herkent op mijn doek, dat is bevredigend nieuws.

Ik weet nooit zo goed of ze blij is me te zien. Emoties zijn er niet om mee te koop te lopen. Ik vertel haar dat oma nog wel een spoelinkje kan krijgen in het donkerblond omdat de verf nog nat is en kus haar om haar te feliciteren.