Rook
Met mijn ouders ga ik af en toe naar een restaurant. Er is altijd veel te beleven.
Daar zit ik een man met een pijp in zijn mond. Hij is al oud, heel oud. Zijn huid is een beetje grijzig en gekreukeld als mijn moeders kringloop wc papier. Met zijn rook vertelt hij een verhaal. Ik zie de “geest" uit de pijp komen om hem te vragen wat hij wenst. Hij wenst dat hij een dierentuin kan blazen. En ja hoor. Even later zie ik twee olifanten die met verstrengelde slurven heen en weer deinen alsof ze André Hazes horen zingen. Langzaam worden ze één. Maar de olifant die overblijft heeft geen slurf meer en blijkt al snel een giraffe. Steeds langer wordt zijn nek. Angstig kijk ik toe hoe hij als slang mijn kant op sist. Gelukkig heb ik ook een wens gedaan en als de slang nog net niet bij mij is, lost hij op in de trillende lucht boven mijn bordje eten. Gespannen wacht ik af tot de man weer een haal van zijn pijp neemt. Ik hoop dat hij een varken blaast. Die kan dan mooi mijn bord verder leegeten.