Uit een ander leven
Heerlijk zo'n middagje vrij. Ik nestel mij met mijn NRC op een lege plek bij het raam en vind het helemaal leuk mijn ritueeltje. Ik geniet van een glas verse muntthee. Ik laat met moeite het koekje en het chocolaatje liggen. Ik wil echt weer van mijn suikerverslaving af.
Na ongeveer 10 minuten kijk ik op van mijn krant en zie in de deuropening van de brasserie een gestalte opdoemen. Ik hoef niet eens met mijn ogen te knipperen om te weten dat het mijn vroegere echtgenoot is die ik ruim 25 jaar geleden ben ontvlucht. Lichtelijk verbaasd over mijn gebrek aan emotie, constateer ik dat hij, hoewel zichtbaar veel ouder, niet veel veranderd is. Ik zie zijn profiel en herken zijn neus die plat is ten gevolge van een gevecht tussen hem en zijn zus met een koekenpan. Ik heb er al jaren niet meer aan gedacht en mijn leven heeft sindsdien vele vormen aangenomen.
Ik ben minstens 6 levens verder. De wraakgevoelens zijn inmiddels allang verdwenen. Misschien was het ook allemaal helemaal niet zijn schuld zoals die Sinti waarzegster op de kerstmarkt in Mönchengladbach had verteld, waardoor ze ineens zeer geloofwaardig op mij was overgekomen. Het was niet jouw schuld en het was niet zijn schuld. Het waren 2 vrouwen die het op hun geweten hebben.
Zijn familie. De 1 was oud en de andere jong. Zijn moeder en zijn zuster Janna had ik toen meteen gedacht. Zijn moeder had een antiekzaak schuin tegenover onze kroeg en Janna had een nachttent in de straat achter ons café midden in de Rosse buurt. We waren allebei niet dol op mij.
Dat had weer veel te maken met dat ik heel goed had begrepen dat hun emotionele relatie met geld nogal opgefokt was en dus onafhankelijk van hun financiële hulp onze kroeg wilde runnen. Ik herinner me nog goed dat ik hem na onze eerste ontmoeting ‘s nachts om 4 uur thuis bracht in mijn auto. We reden de oprijlaan op van de grote villa waar hij woonde. We zoenden nog even in de auto en ineens zag ik een oudere vrouw in een afschuwelijke mannelijke ochtendjas op lelijke grote pantoffels en met een sigaret in haar hand de voordeur uitkomen. Ze begon gelijk een partij te schelden tegen Tim.
Ik weet niet eens meer waarover. Typerend voor hoe ik haar later heb leren kennen. Respectloos, verknipt en verbitterd geraakt door de vele financiële verworvenheden en vooral het gebrek aan geluk dat dit had opgeleverd. De enige keren dat ze iets zachter was en soms zelfs gelukkig overkwam was bijna altijd tijdens interacties met haar klanten in de antiekzaak. Dat was haar lust en haar leven.
Ik heb nog steeds het antieke thee service dat ze ons gaf voor de verloving. Toch nog een positieve herinnering. De dynamiek van het gezin waarin Tim was opgegroeid was ruzieachtig en onevenwichtig. De ene keer kreeg hij op zijn verjaardag een motorbootje en een andere keer terwijl hij voor zijn nummer in dienst zat en bij de luchtmacht als brandweerman werkte en dus weinig inkomen had vlogen er bijvoorbeeld drie van zijn vier zussen en zijn moeder bozig op hem af als het payday was om allerlei kleine leningen, zoals een tube tandpasta en dergelijke onmiddellijk terug te eisen. Er was geen enkele wijsheid en bijna alle ruzies gingen over geld.
Zijn ouders waren gescheiden. Het pand waarin we ons bedrijf begonnen huurden we van zijn vader. Het was een mooi groot pand. We verhuurden het bovengedeelte aan studenten en verbouwden de begane grond. Met behulp van allerlei materialen uit de verbouwing van een grote kerk in onze stad.
Een vriendje van ons werkte daar als restaurateur. We hadden twee barkcounters, een podium, een dansvloer en een open haard. We hadden ons tijdens de inrichting laten inspireren door een oud klooster met een fresco op de muur en Latijnse spreuken op de boog. Ik deed eigenlijk al het werk. Ik had mijn baan voor halve dagen in het ziekenhuis aangehouden en werkte daar nog van twaalf tot vier.
Dat kwam goed uit dan kon ik net lang genoeg uitslapen en na mijn werk het huis schoonmaken en boodschappen doen en eten koken. Als ik zelf mijn eten op had ging ik naar het café dat Tim dan al had geopend om drie uur ‘s middags om hem af te lossen. Hij ging dan naar huis om ook te eten en ik kroop achter de bar. Daar moest ik vervolgens dan maar zien hoe ik het tot een uur des nachts redde want tegen die tijd kwam hij meestal pas terug. Achter de bar staan vond ik prettig.
Ik hield veel van het menselijke contact, ik knobbelde met klanten en probeerde nieuwe drankjes uit. Hij haalde bijna altijd al het geld uit de kassa, waarvoor hij dan science-fiction boekjes en cadeautjes voor mij kocht. Geld voor het aflossen van onze lening bij de brouwerij en de btw-afdracht was er dan meestal niet veel meer over. Ik deed ook samen met onze accountant de administratie en probeerde hem vaak aan zijn verstand te peuteren dat we het zo niet lang gingen volhouden. Hij beloofde altijd beterschap.
Echt altijd. Het kwam door zijn gebrekkige opvoeding op het gebied van geld en loze beloften. Eigenlijk was het incident met de revolver een goede aanleiding om de knoop door te hakken. Meestal gingen we na sluitingstijd nog even naar de nachttent van Janna een afzakkertje halen. Het was daar wel leuk om nog even uit te hangen.
Ze hadden vaak levende muziek en soms maakte ik een praatje met Herman Brood en als we daar niet heen gingen, gingen we altijd samen naar huis. Het was nog bijna nooit voorgekomen dat een van ons apart naar huis ging. Die nacht was in het weekend en dan waren we tot twee uur open, was hij weer eens tegen sluitingstijd binnengekomen. Verder was alles anders. Hij had teveel gedronken wat niet vaak voorkwam en zei nors dat hij nog even alleen uit wilde gaan.
Ik zei dat ik het oké vond en ging ik op mijn fiets naar huis. Onderweg werd ik nog lastiggevallen door een vent die naast me kwam fietsen en zich ondertussen aftrok op zijn fiets. Er was geen mens op straat en toen ik bij ons huis kwam en dus af moest stappen om de deur open te maken, overschreeuwde ik mijn angst en riep: “als je nu niet oprot maak ik pudding van jou en je kwakkie erbij”. Gelukkig was hij onder de indruk en fietste door. Ons huis was klein maar van onszelf en het had drie woonlagen. Beneden een halletje met de woonkamer en het toilet, Op de eerste verdieping de keuken en de badkamer en op zolder waar je met een vlizotrap naartoe moest klimmen hadden we onze slaapkamer die erg mooi verbouwd was.
Er zat een nieuw dak op het huis en we hadden de muren iets opgehoogd. Daarvoor hadden we eigenlijk geen vergunning dus dat hadden we verborgen achter een extra brede gootlat. Ik was naar bed gegaan maar kon niet slapen omdat Tim zo anders was geweest die avond. Ik piekerde over wat er aan de hand kon zijn. Om vijf uur ‘s ochtends had ik nog geen oog dicht gedaan en hoorde ik hem thuiskomen.
Ik was maar heel even opgelucht tot ik hem in het trapgat zag verschijnen. Hij was heel erg dronken, lijkbleek en had een revolver in zijn hand…..
Intussen is hij naar de bar gelopen en staat nu ongeveer vijf meter bij mij vandaan. Ik kan hem goed zien. Hij bestelt een tapbiertje. Hij drinkt nog net zo. Zijn hand op de onderkant van het glas, dat leunt op zijn middelvinger. Ik zou nu niet meer verliefd op hem worden. Hoewel me weer opvalt dat hij best knap is en geen hard gezicht heeft. Misschien heeft hij afgesproken met zijn huidige vrouw die zou ik wel eens willen zien.
“Je gaat eraan”, zei hij, terwijl hij een paar gevaarlijk uitziende grote kogels in de cilinder van een revolver duwde. Er volgde een heel lang en dronken helaas waar ik uit op kon maken dat ik vreemd was gegaan. Dat was het dus. En dit was het dus. Hier zou mijn leven eindigen door een dramatisch misverstand.
Ik kon niet denken, trok onwillekeurig het dekbed over mijn naakte lijf. Hij was niet toerekeningsvatbaar zouden ze hebben aangevoerd als het allemaal was misgegaan. En dat was nog waar ook. Zijn ogen draaiden af en toe weg in zijn hoofd en ik was ervan overtuigd dat hij zou gaan schieten. Er kwam een soort ijzige kalmte over me.
Ik begon terug te praten en zei zelfs dat hij me gerust neer mocht schieten omdat ik toch al zo ongelukkig was met hem en dat niets me nog ongelukkiger kon maken. Hoe was het Godsterwereld mogelijk dat ik dat zei. Ik wilde natuurlijk helemaal niet dood. Maar het leek of hij hierdoor een beetje wakker schrok. Hij praatte niet meer over schieten maar zei nog van alles en dat hij me nooit meer wilde zien en nog wat onduidelijke dingen en verdween langzaam in de trapgat. Later hoorde ik dat hij in zijn dronken toestand in zijn auto was gestapt en diezelfde nacht nog meer dan 200 kilometer had gereden om zijn hart uit te storten bij zijn lievelingszus Rita die in Castricum woonde.
Totaal overdonderd bleef ik nog even op ons bed zitten. Stond toen op en ging naar beneden. In het toilet keek ik in een grote ronde spiegel boven de wastafel en zag mezelf met een bijna onherkenbaar wit gezicht. De vloer leek onder me vandaan te glijden en ik begon ontzettend over te geven. Ik kleedde me aan, stapte in mijn auto en reed naar het huis van mijn moeder. Ik was niet van plan ooit nog terug te komen. Ik heb die nacht bij mijn moeder thuis geslapen en ook de volgende nacht. Die tweede nacht ging ‘s nachts de telefoon. Het was Tim. Of ik alsjeblieft bij hem terug wilde komen. Het zou nooit meer gebeuren. Hij had het wapen in het diep gegooid. Toen ik tegen hem zei dat ik dat waarschijnlijk niet zou doen en dat ik nu bang voor hem was, is hij geloof ik opnieuw heel kwaad op mij geworden.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik het ook wel gebruikte om bij hem weg te komen. De tijd die volgde verliep als in een stroomversnelling. Ik moest een advocaat nemen en kwam terecht bij mijn ex-leraar staatsinrichting van het lyceum. Ja echt. Hij regelde voor me dat Tim mijn handtekening onder de schuld bij de brouwerij vandaan zou laten halen. Verder kon hij niet veel voor me doen.
Ik kwam nog regelmatig in ons huis om de planten water te geven en schone kleren te halen. Altijd op tijden dat ik wist dat Tim in het café was.
Een heel enkele keer nam ik iets mee waar ik erg aan gehecht was, zoals het theeservies. Uiteindelijk waren dat de enige dingen die ik later heb overgehouden aan de scheiding. Ik had nergens recht op. Hij had thuis goed geleerd hoe hij zich financieel in moest dekken. Ik niet.
Op een dag kwam ik weer bij het huis. Toen ik de deur open wilde duwen na de sleutel te hebben omgedraaid zat er een extra slot op de deur waardoor deze niet meer open ging. Ik trok wild aan de bel bij de buren, vrienden van ons, en belde daar Tim in het café. Wat dacht hij wel niet, al mijn spullen waren daar nog. “Ik moest wel”, zei hij, “want jij steelt het hele huis leeg”. Een half uur later nadat ik was uitgeraasd bij de buurtjes liep ik op straat en kreeg mijn eerste satori.
Het gevoel niets meer te bezitten, het niet meer te hoeven denken over de zaak, het huis met alles erin en alle stress van dit mislukte huwelijk, veroorzaakte als bij toverslag een gevoel van immense vrijheid. Ik danste bijna over straat en alles om mij heen was licht. Ik was alles en bezat niets en daardoor alles. De periode die hierop volgde heb ik met tegenstrijdige gevoelens beleefd. Het was vreselijk moeilijk maar ook heerlijk.
Ik had geen plek om te wonen. Ik kon het echt niet opbrengen bij mijn moeder te blijven. Hoewel zij het heerlijk vond als ik er was. Ze dacht me te helpen door ontzettend tekeer te gaan over Tim, wanneer ik haar maar zag. Daar zat ik niet op te wachten. Ik logeerde soms bij een vriendin, had een maand een nieuw vriendje waarmee ik samenwoonde in een piepklein kamertje met een bedstee, en ik sliep ook wel in de auto waarin ik was weggegaan of ik kreeg een sleutel van een totale vreemde als ik uitging. Dan kon ik zijn kamer gebruiken omdat hij een week weg was. Af en toe zag ik Tim op een afstandje, die me altijd gelijk begon te volgen, als hij mij ook zag, waardoor ik me soms angstig en bedreigd voelde. Ik hoorde nog via vrienden dat Tim een ongelukje had gehad met zijn revolver. (Hee, die lag toch in het diep?) En dat hij door een schampschot zijn duim verwond had.
En ook dat hij mijn tennisspullen aan zijn nieuwe vriendinnetje had gegeven. Dat hij een hond had genomen die hij naar mij had genoemd omdat het leuk was dat hij haar kon commanderen. Maar ik was vrij en dat voelde goed. Pas na een half jaar zwerven kreeg ik een huisje. Toen ik daar een tijdje woonde kreeg ik een deurwaarder aan de deur.
Of ik even 100.000 gulden wou dokken. Mijn deel van de schuld aan de brouwerij want Tim was failliet. Ik moest er een beetje om lachen.
Ik liet de man binnen, zodat hij kon zien dat ik niks bezat. Ik zei dat ik nog wel even in verschillende laatjes zou kijken of ik het ergens had liggen. Hij begreep mijn humor niet en keek mij verdwaasd staan. Na een kopje thee uit mijn oudste kopje droop hij af. De volgende dag belde ik mijn advocaat om te regelen dat Tim dan toch echt mijn handtekening weg zou laten halen.
En nu staat hij daar aan de bar. Heeft mij niet gezien. Want ik zit intussen achter de krant. Ik kan hem natuurlijk aanspreken maar waarschijnlijk is dat een betekenisloze actie. Ik roep de serveerster een reken af.
Achter hem langs loop ik het café uit.
Dat was een ander leven.